
Maar ik heb reeds lang mijzelf vergeten en de mij gestelde perken overschreden.  Zijt gij soms van oordeel dat ik in mijn spreken wat al te uitgelaten of al te lang van stof geweest ben, bedenkt dan dat het niet alleen de Zotheid, maar ook een vrouw was, die het woord heeft gevoerd.  Doch herinnert u niettemin ook dit Griekse spreekwoord : Een gek kan ook dikwijls een woordje dat van pas is, spreken, tenzij ge soms van oordeel mocht zijn, dat dit volstrekt niet op vrouwen slaat.

Ik zie dat ge nog een slotrede verwacht, maar gij zijt al heel dwaas als gij tenminste meent dat ik mij nu nog herinner wat ik gezegd heb, na zulk een stortvloed van woorden.  Het oude spreekwoord luidt : Ik haat hem die het onder de beker gesprokene niet vergeet, het nieuwe : Ik haat een hoorder met een goed geheugen.  Daarom dan : Vaartwel, juicht mij toe, leeft en drinkt, roemruchtige priesters in het heiligdom der Zotheid.

(Besluit, Lof der Zotheid, Erasmus van Rotterdam, 1508)
